free web hosting | website hosting | Business WebSite Hosting | Free Website Submission | shopping cart | php hosting

Footnotes to: Felix Guattari, de culturele antropologie, en het einde van het westers subject

(c) 1999 Wim van Binsbergen

[ to main text ]

1 Met dank aan Henk Oosterling die mij op Guattari's denken attendeerde en mij van onmisbare literatuur voorzag. Veel van de hier aan bod komende thema's heb ik inmiddels uitvoeriger behandeld in mijn Rotterdamse oratie: Van Binsbergen, W.M.J., 1999, 'Culturen bestaan niet': Het onderzoek van interculturaliteit als een openbreken van vanzelfsprekendheden, Rotterdam: Faculteit der Wijsbegeerte Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdamse Filosofische Studies XXIV.
2 Guattari, F., Chaosmosis: An ethico-aesthetic paradigm, vertaling Bains, P., & Pefanis, J., Sydney: Power Publications, oorspronkelijk: Chaosmose, Parijs: Galilee, 1992, p. 6f.
3 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 9.
4 Deleuze, G., & Guattari, F., 1972, L'Anti-Oedipe: Capitalisme et schizophrenie, I, Parijs: Minuit; Engelse vertaling: 1977, Anti-Oedipus: Capitalism and schizophrenia, New York: Viking Press; Deleuze, G., & Guattari, F., 1980, Mille plateaux: Capitalisme et schizophrenie, I, Parijs: Minuit; English tr. A thousand plateaux, tr. B. Massumi, Minneapolis: University of Minneapolis Press, 1987; en eerder geschreven maar pas veel later gepubliceerd: Deleuze, G., & Guattari, F. , 1991, Qu'est-ce que la philosophie?, Parijs: Minuit.
5 Cf. Guattari, F., Les annees d'hiver, Parijs, p. 207f; Guattari in vraaggesprek, zoals geciteerd in: Stivale, C.J., 1995, 'Pragmatic/ Machinic: A discussion with Felix Guattari (19 March 1985)', e-mail text, Stivale, Wayne State University.
6 Lyotard wordt door Guattari wel elders genoemd, namelijk waar Guattari afstand neemt van Lyotards kenschetsing van de postmoderne conditie; cf. Guattari, F., 1989, Cartographies schizoanalytiques, Parijs: Galilee, p. 56; cf. Lyotard, J.-F., 1979, La condition post-moderne, Parijs: Minuit. Over de vele parallellen niettemin tussen Lyotard en het werk van Guattari met name in de periode van de samenwerking van deze laatste met Deleuze, zie: Oosterling, H., 1996, Door schijn bewogen: Naar een hyperkritiek van de xenofobe rede, Kampen: Kok Agora, pp. 562, 586.
7 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 9.
8 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 10.
9 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 12.
10 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 10f.
11 Cf. Skinner, S., 1980, Terrestrial astrology: Divination by geomancy, Londen: Routledge & Kegan Paul; van Binsbergen, W.M.J., 1996, 'Transregional and historical connections of four-tablet divination in Southern Africa', Journal on Religion in Africa, 25, 2: 2-29; van Binsbergen, W.M.J., 1997, 'Rethinking Africa's contribution to global cultural history: Lessons from a comparative historical analysis of mankala board-games and geomantic divination', in: van Binsbergen, W.M.J., 1997, red., Black Athena: Ten Years After, Hoofddorp: Dutch Archaeological and Historical Society, special issue, Talanta: Proceedings of the Dutch Archaeological and Historical Society, vols 28-29, 1996-97, pp. 221-254; en uitvoerige literatuur aldaar.
12 Apostel, L., 1981, African philosophy: Myth or reality, Gent: E. Story-Scientia, ch. vii: 'African geomancy, formal logic, and force metaphysics', pp. 214-244; Abimbola, W., 1983, 'Ifa as a body of knowledge and as an academic discipline', Journal of Cultures and Ideas, 1: 1-11; Abimbola, W., red., 1975, Sixteen great poems of Ifa, no place: UNESCO (also excerpted in: Abimbola, W., 1991, 'Poesie VI: Aus ''Sechzehn groe Gedichte aus Ifa'' ', in: Kimmerle, H., red., Philosophie in Afrika: Afrikanische Philosophie: AnnAherungen an einen interkulturellen Philosophiebegriff, Frankfurt am Main: Qumran, pp. 226-234); Akiwowo, Akinsola, 1983, 'Understanding interpetative sociology in the light of oriki of Orunmila', Journal of Cultures and Ideas, 1, 1: 139-157; Aromolaran, A., 1992, 'A critical analysis of the philosophical status of Yoruba Ifa literary corpus', in: H. Nagl-Docekal & F. Wimmers, red., Postkoloniales Philosophieren Afrika, vol. 6, Wien: Oldenburg, p. 140-154; Eze, E., 1993, 'Truth and ethics in African thought', Quest: philosophical Discussions, 7, 1: 4-18; Makinde, M.A., 1988, African philosophy, culture and traditional medicine, Athens (Oh.): Ohio University Center for International Studies; Tunde Bewaji, 1994, 'Truth and ethics in African thought: A reply to Emmanual Eze', Quest: Philosophical Discussions, 8, 1: 76-89; Uyanne, F.U., 1994, 'Truth, ethics and divination in Igbo and Yoruba traditions: (A reply to Emmanual Eze)', Quest: Philosophical Discussions, 8, 1: 91-96.
13 Is het getal vier wel zo willekeurig als basis voor een wereldbeeld? Sinds Empedokles heeft de Westerse denktraditie meer dan twee millennia lang vier elementen onderscheiden. Deze opvatting kan niet los gezien worden van het in de Oude Wereld wijdverbreide, en vanaf de oudste tijden van de beschaving geattesteerde, beeld van de wereld als gedragen door de vier hoeken of pijlers van de windrichtingen. Dit laatste viertal is direct verbonden met de specifieke bouw van het menselijk lichaam en daarom van de menselijke blik: links-rechts-symmetrie gepaard aan voor-achter-asymmetrie, wat vier basisori'ntaties geeft. Veelbetekenende viertallen zijn legio in de symboliek en iconografie van vele volkeren de vier humoren van Galenus, de vier deugden van Plato (in de Meno) maar ook van de Chinese filosoof Meng-Tze (Mencius), de vier edele waarheden van het Boeddhisme, de vier ruiters van de Apocalyps, de vier kleuren van het kaartspel, de vier modaliteiten van ud in de klassieke Arabische muziektheorie, de paarsgewijze viertallen van de Hermopolitaanse scheppingsmythe in Oud-Egypte, de vier karaktertypen in de klassiek Chinese opera en de vier tonaliteiten van het Midden-Chinees, de vier hoofdkasten van India en de vier boeken ieder met vier delen van de Veda, de vier in elkaar grijpende werelden van de Kabbalah, zijn maar een enkele voorbeelden. Er zijn zelfs suggesties dat het getal vier een bijzondere rol speelt in de wereldorde nog afgezien van de inwerking van de menselijke subjectiviteit, bij voorbeeld: het onderscheiden van vier basisinteracties in de natuur die wij vooralsnog niet in een geunificeerde theorie hebben kunnen onderbrengen (zwaartekracht, electromagnetiche kracht, sterke kernkracht, zwakke kernkracht); de recente oplossing van het vierkleurenprobleem in de wiskunde; het feit dat de kwantummechanica het aantal subschillen waarin electronen zich (binnen elke hoofdschil) kunnen bevinden limiteert tot vier, zodanig dat ieder electron met vier kwantumgetallen is te beschrijven althans, in het geval dat wij de beschrijving mogen beperken tot electrostatische interactie tussen electron en kern; het feit dat elk DNA en RNA eiwit blijkt samengesteld uit een combinatie van vier aminozuren; het feit dat stabiliteit van koolstofatomen in een verbinding opname of afstoting van vier electronen vereist (vandaar de vorming van een regelmatig viervlak), waardoor koolstof de fundamentele bouwsteen van het aardse leven kon worden. Maar noch de geomantiek, noch Guattari, voeren dit soort overwegingen aan ter rechtvaardiging van hun fundamentele viertal, dat aldus willekeurig blijft.
14 Guattari, Cartographies, o.c., p. 80.
15 Guattari, Cartographies, o.c., p. 80.
16 Een uitputtende behandeling is hier niet op zijn plaats maar de voorbeelden liggen voor het oprapen, inclusief: Teilhard de Chardin, P., 1955, Le phenomene humain, Parijs: Seuil; Zipf, G.K., 1965, Human behaviour and the principle of least effort; An introduction to human ecology, Cambridge (Mass.); Jung, C.G., & Pauli, W., NaturerklArung und Psyche, Olten: Walter Verlag, 1971, eerste uitgave 1952 hierin Jung's roemruchte bespreking van zijn begrip synchroniciteit. Voor een hyperkritische bespreking van het verschijnsel zie: Sokal, A., & J. Bricmont, 1997, Impostures intellectueles, Parijs: Odile Jacob, pp. 159f en passim. Het wekt geen verbazing dat Guattari (met Deleuze) een heel hoofdstuk in dit boek hebben toebedeeld gekregen (hst 8, pp. 141-152). Voorts: Best, S., 1991, 'Chaos and entropy: Metaphors in postmodern science and social theory', Science as Culture, 2: 188-226.
17 De beide tercinen van het gedicht 'Electrolyse' uit de bundel Doornroosje, in: Gerrit Achterberg: Verzamelde gedichten, Amsterdam: Queride, 1963, p. 617.
18 Sokal, A., & J. Bricmont, 1997, Impostures intellectuelles, Parijs: Odile Jacob. In dezelfde sfeer: Koertge, N., red., 1997, A house built on sand: Exposing postmodernist myths about science, New York: Oxford University Press.
19 Droogstoppel is een romanfiguur in Multatuli's Max Havelaar, een ondernemer die zich beklaagt over het geringe waarheidsgehalte van po'tisch taalgebruik, strikt letterlijk genomen.
20 : Sokal, A.D., 1996, 'Transgressing the boundaries: Toward a transformative hermeneutics of quantum gravity', Social Text, 46/47: 217-252, in Franse vertaling opgenomen als appendix in Sokal & Bricmont, Impostures, o.c., pp. 211-252.
21 'Aporisch': 'wat ons voor schier onoplosbare problemen stelt', zoals (in de oorspronkelijke Griekse betekenis) een rivier zonder doorwaadbare plaats.
22 Sokal & Bricmont, Impostures, o.c., p. 152, n. 190, spreken van 'pseudo-scientifique' specifiek met betrekking tot Deleuze en Guattari. Zij verwijzen naar Canning, P., 1994, 'The crack of time and the ideal game', in: Boundas, C.V., & Olkowski, D., red., Gilles Deleuze and the Theater of Philosophy, New York: Routledge, pp. 73-98, en: Rosenberg, M.E., 1993, 'Dynamic and thermodynamic tropes of the subject in Freud and in Deleuze and Guattari', Postmodem Culture, 4, no. 1 (Internet: http ://jefferson.village.virginia. edu/pmc), waarin auteurs worden besproken die Deleuzes en Guattari's sci'ntisme hebben toegepast en uitgewerkt. Vgl. ook: Alliez, E., 1993, La signature du monde, ou Qu'est-ce que la philosophie de Deleuze et Guattari? Parijs: Editions du Cerf.
23 Zij het via: Deleuze, G., 1968, Difference et repetition, Paris: Presses Universitaires de France, war het begrip chaos voor het eerst wordt geintroduceerd in de filosofie.
24 Voor een uitstekende, zij het niet-wiskundige, inleiding, zie: Gleick, J., 1988, Chaos: Making a new science, Harmondsworth: Penguin, 8th impr; first publ. 1987. Guattari heeft zich uitdrukkelijk bewogen in de kringen waarin de wijdere mogelijkheden van chaostheorie voor de biologie en de menswetenschappen worden verkend: Guattari, F., 1988. 'Les energetiques semiotiques', in: Brans, J.-P., Stengers, I., & Vincke, P., red., Temps et devenir: A partir de l'oeuvre d'llya Prigogine: Actes du colloque international de 1983, Geneve: Patino, pp. 83-100. Cf. Prigogine, I., & Stengers, I., 1988, Entre le temps et l'eternite, Parijs: Artheme Fayard; Prigogine, I., & Stengers, I., 1984, Order out of chaos: Man's new dialogue with nature, Toronto etc.: Bantam.
25 Wiggers, A.J., R.F. Lissens, A. Devreker, G.A. Kooy & H.A. Lauwerier, red., 1975, Grote Winkler Prins: Encyclopedie in twintig delen, deel 14, Amsterdam/ Brussel: Elsevier, s.v. 'osmose', pp. 728-729.
26 Starig, H.J., 1965, Geschiedenis van de wetenschap: Van middeleeuwen to negentiende eeuw, Utrecht/ Antwerpen: Spectrum, p. 50; oorspronkelijk een deel van Kleine Weltgeschichte der Wissenschaft, Stuttgart: Kohlhammer, 1965.
27 Cf. Pauwels, L., & J. Berger, 1960, Le matin des magiciens: Introduction au realisme fantastique, Parijs: Gallimard, in het Nederlands vertaald als Dageraad der magiers.
28 Kousbroek, R., [ vul aan ]
29 Ik ga voorbij aan de meer recente, krampachtige en ongeloofwaardige pogingen die magische traditie te doen herleven zoals in Aleister Crowley's Britse cultusgemeenschap van de Golden Dawn rond 1900, en de New Age beweging van onze tijd.
30 Hartmann, F., 1913, The principles of astrological geomancy: The art of divining by punctuation according to Cornelius Agrippa and others, Londen: Rider; Agrippa von Nettesheim, C.H., Opera.
31 Girardot, N.J., Myth and meaning in early Taoism: The theme of chaos (hun-tun); Kaltenmark, M., 1960, Lao-Tseu et le Taoisme, Parijs 1965.; Legge, J., vertaler & red., 1993, I Ching/ Book of Changes, The Chinese-English bilingual series of Chinese classics, Beijing: Hunan Publishing House; Maspero, H., 1950, 'Le Taoisme', in: Demieville, P., red., 1950, H. Maspero: Melanges posthumes sur les religions et l'histoire de la Chine, vol. II, Parijs: Civilisations du Sud, Publications du Musee Guimet, Bibliotheque de Diffusion; Maspero, H., 1971, Le Taoisme et les religions chinoises, Parijs: Gallimard.; Needham, J., in samenwerking met Wing Ling, 1956, Science and civilization in China, vol. 2. History of scientific thought, Cambridge: Cambridge University Press.; Pai Wen P'ien, 1976, Pai Wen P'ien or the hundred questions: A dialogue between two Taoists on the macrocosmic and microcosmic system of correspondences, vertaling R. Homann, Leiden: Brill, Nisaba no. 4; Texts of Taoism, vol. 39-40, Sacred Books of the East: Translated by various oriental scholars, red. M. Muller, first published Oxford: Clarendon Press, 1900-1910, reprinted 1988, Delhi: Motilal Banarsidass; Waley, A., 1934, The way and its power: A study of the 'Tao T Ching' and its place in Chinese thought, London: Allen & Unwin. De taoistische farmacopee is uitvoerig gepubliceerd door B. Read in samenwerking met Li Yu-Thien, 'Chinese materia medica', Peking Natural History Bulletin, 1934-1939, en afzonderlijke uitgaven, Peiping: French Bookstore, 1924-1939.
32 van Binsbergen, W.M.J., 1994, 'Divinatie met vier tabletten: Medische technologie in Zuidelijk Afrika', in: Sjaak van der Geest, Paul ten Have, Gerhard Nijhoff en Piet Verbeek-Heida, red., De macht der dingen: Medische technologie in cultureel perspectief, Amsterdam: Spinhuis, pp. 61-110, pp. 88f. Een foto van de behandelruimte van dokter Gumede in: Van Binsbergen, W.M.J., 1997, Virtuality as a key concept in the study of globalisation: Aspects of the symbolic transformation of contemporary Africa, The Hague: WOTRO [ Stichting Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen, een afdeling van de Nederlandse Stichting door Wetenschapelijk Onderzoek NWO ] , Working papers on Globalisation and the construction of communal identity, 3, p. 58;
second edition on Internet in present site.
33 Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 429 n. 276.
34 Hegel, G.W.F., [ complete reference; ik heb in Hegel in 20 BAnde, registerdeel, gezocht onder Philosophie en Ursprung, maar nog niet onder Sunde vrees echter dat het citaat niet authentiek is; het is ongetwijfeld in het Frans uitgesproken en toen terug naar het Duits vertaald ]
35 Virilio, P., 1995, 'TrajektivitAt und TransversalitAt: Ein GesprAch uber Felix Guattari', in: Schmidgen, H., 1995, Aesthetik und Maschinismus: Texte zu und von Felix Guattari, Berlin: Merve, pp. 25-37. Cf. Virilio, P., 1989, 'Trans-Appearance', vertaling Diana Stoll, Artforum, 27, 10: 129-130; Virilio, P., 1990, L'inertie polaire, Parijs: Bourgois; Virilio, P., 1995, La vitesse de liberation, Parijs: Galilee.
36 Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 586.
37 Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 465 n. 320; cf. Guattari, F., 1992, 'Felix Guattari: Een vrolijk filosoof', Filosofie Magazine, 1, 3: 37.
38 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 25.
39 Levy-Bruhl, L., 1910, Les fonctions mentales dans les societes inferieures, Parijs: Alcan; Levy-Bruhl, L., 1922, La mentalite primitive, Parijs; Levy-Bruhl, L., 1927, L'ame primitive, Parijs:; Levy-Bruhl, L., 1931, Le surnaturel et la nature dans la mentalite primitive, Parijs; Levy-Bruhl, L., 1947, 'Les Carnets de Lucien Levy-Bruhl', Revue philosophique, 137: 257-81; Levy-Bruhl, L., 1963, La mythologie primitive: Le monde mythique des Australiens et des Papous, Parijs. Evans-Pritchard, E. E., 1934, 'Levy-Bruhl's theory of primitive mentality', Bulletin of Faculty of Arts, 2, 1, Egyptian University, Cairo. Zie ook Evans-Pritchard's enorm positieve inleiding in de Engelse vertaling van L'ame primitive: The 'soul' of the primitive, Londen: Allen & Unwin, 1965, eerste uitgave 1928. Voor een in Nederland uiterst invloedrijke afwijzing, zie: Fahrenfort, J.J., 1933, Dynamisme en logies denken bij natuurvolken: Bijdrage tot de psychologie der primitieven, Groningen: Wolters. Voor een meer recente beoordeling en herinterpretatie, cf. Horton, R., 1973, 'Levy-Bruhl, Durkheim and the scientific revolution', in: Horton, R., & Finnegan, R., red., Modes of thought: Essays on thinking in western and non-western societies, Londen: Faber.
40 Durkheim, E., 1912, Les formes elementaires de la vie religieuse, Parijs: Presses Universitaires de France.
41 De term 'transactionalisme' verwijst naar een in de jaren 1960 opgekomen antropologische benadering waarin, vanuit een methodologisch-individualistische invalshoek, niet langer de sociale instituties en de cultuur maar de micropolitiek van het sociaal gedrag centraal wordt gesteld; baanbrekende teksten zijn: Bailey, F.G., 1969, Strategems and spoils, Oxford: Blackwell; Boissevain, J.F., 1974, Friends of friends: network, manipulators and coalitions (Basil Blackwell, Oxford 1974); Barth, F., 1966, Models of social organization, Londen: Royal Anthropological Institute of Great Britain and Ireland, Occasional Papers no. 23; Barth, F., 1969, Ethnic groups and boundaries: The social organization of culture differences, Boston: Little, Brown & Co. De Manchesterschool is een rond H. Max Gluckman in de jaren 1950 opgekomen beweging met illustere leden als Elizabeth Colson, J. Clyde Mitchell, Victor Turner, Jaap van Velsen, Emmanuel Marx en Richard Werbner die dezelfde hoofdtrekken als het transactionalisme vertoonde, maar de oppervlakkigheid van het transactionalisme vermeed vooral door de soliede fundering van de Manchesterschool in etnografisch onderzoek in rurale en urbane samenlevingen in Zuidelijk Centraal en Zuidelijk Afrika; cf. Gluckman, H.M., 1942, 'Some processes of social change illustrated from Zululand', African Studies, 1: 243-60; reprinted in: Gluckman, M., 1958, Analysis of a social situation in modern Zululand, Manchester University Press; Gluckman, H.M., 1955, Custom and conflict in Africa, Oxford: Blackwell; Gluckman, H.M., 1963, Order and rebellion in tribal Africa, London: Cohen & West; Gluckman, H.M., 1964, red., Closed systems and open minds: The limits of naivety in social anthropology, London: Oliver & Boyd; Gluckman, H.M., 1965, Politics, law and ritual in tribal society, Oxford: Blackwell; Gluckman, H.M., 1971, 'Tribalism, ruralism and urbanism in South and Central Africa', in: Turner, V.W., red., Profiles of change: Colonialism in Africa 1870-1960, vol. III, general editors Gann, L., & Duignan, P., Cambridge: Cambridge University Press, pp. 127-166. Epstein, A.L., 1965, red., The craft of social anthropology, New York/ London: Social Science Paperback/ Tavistock; Werbner, R.P., 1985, in: Annual Review of Anthropology .
42 Turner, V.W., 1968, Schism and continuity in an African society: A study of Ndembu village life, Manchester: University of Manchester, eerste editie 1957; Turner, V.W., 1967, The forest of symbols, Cornell University Press; Turner, V.W., 1968, The drums of affliction: A study of religious processes among the Ndembu of Zambia, London: Oxford University Press; Turner, V.W., 1969, The ritual process, London: Routledge & Kegan Paul.
43 Levi-Strauss, C., 1958-63, Anthropologie structurale, I-II, Parijs: Plon; Levi-Strauss, C., 1962, La pensee sauvage, Paris: Plon; Ned. vertaling Het wilde denken, Amsterdam: Meulenhoff.
44 Jaynes, J., 1990, The origin of consciousness in the breakdown of the bicameral mind, Boston: Houghton Mifflin Cie, 6e druk, eerste druk 1976; Vroon, P., 1992, Wolfsklem: De evolutie van het menselijk gedrag, Baarn: Ambo.
45 Lepore, E., 1993, 'Principle of charity', in: Dancy, J., & Sosa, E., red., A companion to epistemology, Oxford/ Cambridge (Mass.): Blackwell's, eerste editie 1992, pp.; cf. Davidson, D., 1984, Inquiries into truth and interpretation, Oxford: Oxford University Press.
46 Bernal, M., 1987-1991, Black Athena: The Afroasiatic roots of classical civilization, I & II, London: Free Association Books; New Brunswick, N.J.: Rutgers University Press; voor een recente evaluatie, cf. van Binsbergen, Black Athena: Ten Years After, o.c.
47 Van Binsbergen, W.M.J., & Doornbos, M.R., 1987, red., Afrika in spiegelbeeld, Haarlem: In de Knipscheer; van Binsbergen, W.M.J., 1988, Een buik openen, Haarlem: In de Knipscheer; van Binsbergen, W.M.J., 1991, 'Becoming a sangoma: Religious anthropological field-work in Francistown, Botswana', Journal of Religion in Africa, 21, 4: 309-344; van Binsbergen, W.M.J., 1998, 'Sangoma in Nederland: Over integriteit in interculturele bemiddeling', in: Elias, M., & Reis, R., red., Getuigen ondanks zichzelf: Voor Jan-Matthijs Schoffeleers bij zijn zeventigste verjaardag, Maastricht: Shaker, pp. 1-29.
48 'Transversaliteit', d.w.z. dwarsverbindingen tussen de vier onderscheiden basisdimensies, is een centraal begrip in het denken van Guattari.
49 Oorspronkelijke verwijzing naar: M. Auge, 'Le fetiche et son objet' in: L'Objet en psychanalyse, presented by Maud Mannoni, Denoel, L'espace analytique, Parijs, 1986.
50 Guattari, Chaosmosis, o.c., pp. 45-46.
51 Maupoil, B., 1943, La geomancie ˆ l'ancienne C(tm)te des Esclaves, Parijs: Institut de l'Ethnologie, pp. 177f, 265f; Bascom, W., 1980, Sixteen cowries: Yoruba divination from Africa to the New World, Bloomington: Indiana University Press; Abimbola, W., 1975, red., Sixteen great poems of Ifa, zonder plaats: UNESCO; Akiwowo, Akinsola, 1983, 'Understanding interpetative sociology in the light of oriki of Orunmila', Journal of Cultures and Ideas, 1, 1: 139-157; M‡kanjœol‡ Ilesanm', T., 1991, 'The traditional theologians and the practice of ˜r"sˆ religion in Yorb‡land', Journal of Religion in Africa, 21, 3: 216-226; Kassibo, B., 1992, 'La geomancie ouest-africaine: Formes endogenes et emprunts exterieurs', Cahiers d'Etudes Africaines, 32, 4, no. 128: 541-596; Traore, M.L., 1979, 'Vers une pensee originelle africaine: expose geomantique, critiques de la negritude et du consciencisme', These de 3e cycle, Universite de Paris-IV, inedit; Aromolaran, A., 1992, 'A critical analysis of the philosophical status of Yoruba Ifa literary corpus', in: H. Nagl-Docekal & F. Wimmers, red., Postkoloniales Philosophieren Afrika, vol. 6, Wien: Oldenburg, p. 140-154
52 Maupoil, La geomancie, o.c., p. 177f; cf. Spieth, J., 1911, Die Religion der Eweer in Sud-Togo, Gattingen: Vandenhoek & Ruprecht, p. 199.
53 Guattari's impliciete verwijzing is naar: Leroi-Gourhan, A., 1961, Le geste et la parole, Parijs: Albin Michel.
54 Guattari verwijst hier naar de beroemde passage bij Descartes waarin deze onze kennis van lichamen bespreekt aan de hand van een stukje was, dat hij allerlei bewerkingen laat ondergaan: sectie vi [ check!! ] van: Descartes, R., , 'Meditationes de prima philosophia, in qua Dei et animae immortalitas demonstratur', in: Oeuvres, uitgegeven door Adam, C., & Tannery, P., deel vii (latijn) en ix.1 (frans), Parijs: Cerf, eerste uitgave Parijs 1641. Guattari blijft wel erg dicht bij Descartes' voorbeeld.
55 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 37.
56 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 130.
57 Granet, M., 1934, La pensee chinoise, Parijs: Albin Michel; Guattari verwijst naar de editie van 1980.
58 Guattari, F., Cartographies, o.c., geciteerd volgens de Engelse uitgave, p. 268, n. 19; cursivering toegevoegd door mij, WvB.
59 Deleuze, & Guattari, Mille plateaux, o.c.; Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 511.
60 Cf Verrips, J., 1998, 'The Golden Bough and Apocalypse now: An-other fantasy', paper read at the conference 'Fantasy spaces: The power of images in a globalizing world', WOTRO onderzoeksprogramma 'Globalization and the construction of communal identities', Amsterdam, 26-29 augustus 1998, en de uitvoerige literatuur daarin geciteerd.
61 Cf. Geschiere, P.L., with C.F. Fisiy, 1995, Sorcellerie et politique en Afrique: La viande des autres, Parijs: Karthala, Les Afriques; Engelse versie: The modernity of witchcraft, Princeton: Princeton University Press, 1997; voor een kritische reactie ten aanzien van het niet-moderne element in Afrikaans hekserijgeloof en daarop gebaseerde praktijken, zie: van Binsbergen, Virtuality, o.c.
62 Guattari, F., with Deleuze, G., 'The first positive task of schizoanalysis', in: Deleuze & Guattari, Anti-Oedipus, o.c. (de Engelse versie), pp. 322-39; cursivering toegevoegd.
63 Zie onder, de sectie van mijn positieve antropologische evalutie van Guattari's werk. Hoe groot de theoretische winst van deze concrete historische situering van algemene Freudiaanse concepten is, blijkt wanneer wij de inzichten van Guattari en Deleuze vergelijken met een psychoanalyserende tekst vanuit de literaire kritiek: Brown, N.O., 1970, Life against death: The psychoanalytical meaning of history, London: Sphere Books, first published 1959. Browns boek vond een warm onthaal en heeft enorm bijgedragen tot de verbreiding van Freudiaanse idee'n in de humaniora, maar kon de universalistische pretenties van die in wezen aan de Noordatlantische moderne samenleving innig verbonden idee'n nog niet blootleggen.
64 Cf. de verwijzing naar: Bonnafe, P., 1970, 'Objet magique, sorcellerie et fetichisme', Nouvelle Revue de Psychanalyse, 2. Deze verwijzing is afkomstig uit: Guattari, F., with Deleuze, G., 'The first positive task of schizoanalysis', o.c., p. 94 n. 4; reprint from: Deleuze & Guattari, Anti-Oedipus, o.c. (de Engelse versie), pp. 322-39. Evenals het boven besproken artikel van Auge betreft het bij dat van Bonnafe een antropologisch stuk gepubliceerd in een psychoanalytische context Bonnafe heeft antropologisch veldwerk gedaan in Congo-Brazzaville, cf. Bonnafe, F., 1987, Histoire sociale d'un peuple congolais, livre I: La terre et le ciel, Parijs: ORSTOM
65 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 105.
66 Bateson, G., 1978, Steps to an Ecology of Mind: Collected essays in anthropology, psychiatry, evolution and epistemology, Paladin Book, Frogmore: Granada Publishing House, first published 1972. Cf. Adam Kupers inleiding tot Bateson, Steps, o.c.; Simonse, S., 1998, 'Conflict, accommodation, and avoidance: From Gregory Bateson to Rene Girard', in: Elias, M., & Reis, R., red., Getuigen ondanks zichzelf: Voor Jan-Matthijs Schoffeleers bij zijn zeventigste verjaardag, Maastricht: Shaker, pp. 131-156.
67 Ten overvloede: ethologisch ('de empirische studie van het dierlijk gedrag betreffende') etnologisch; in het Nederlands geldt etnologisch als een verouderd synoniem voor cultureel-antropologisch.
68 Deleuze & Guattari, Mille plateaux, o.c.; cf. Guattari in: Stivale, o.c.
69 Castaneda, C., 1968, The teachings of Don Juan: A Yaqui way of knowledge, New York: Simon & Schuster; Castaneda, C., 1971, A separate reality, New York: Simon and Schuster; Castaneda, C., 1972, Journey to Ixtlan, New York: Simon and Schuster; Castaneda, C., 1974, Tales of power, New York: Simon and Schuster; Castaneda, C., 1977, The second ring of power, New York: Simon and Schuster. Over de weerklank die Castaneda heeft gevonden: De Mille, R., 1976, Castaneda's journey: The power and the allegory, Santa Barbara: Capra Press; De Mille, R., 1980, red., The Don Juan papers: Further Castaneda controversies, Santa Barbara: Ross-Erickson; Murray, S.O., 1979, 'The scientific reception of Castaneda', Contemporary Sociology, 8: 189-196. Een zeer positieve reactie geeft de leidende Britse antropologe Mary Douglas: 1984, Implicit meanings: Essays in anthropology, Londen: Routlegde & Kegan Paul, herdruk van de eerste druk van 1975.
70 Jaulin, R., 1971, La mort sara: L'ordre de la vie ou la pensee de la mort au Tchad, Parijs: Plon; Stoller, P., & C. Olkes, 1987, In sorcery's shadow: A memoir of apprenticeship among the Songhay of Niger, Chicago: University of Chicago Press; Janzen, J.M., 1992, Ngoma: Discourses of healing in Central and Southern Africa, Los Angeles/ Berkeley/ Londen: University of California Press. Cf. ook Hall, J., Sangoma, Utrecht: Bruna.
71 van Binsbergen, 'Becoming a sangoma', o.c.; van Binsbergen, 'Sangoma in Nederland', o.c.
72 Stivale, o.c.:

'[ Stivale: ] ''...in the plateau 6 of (...) [ A thousand plateaux Deleuze & Guattari, o.c. ] , (...) you compare the relationship between the organism and the body without organs to the relationship between two key terms suggested to Carlos Castaneda by Don Juan in Tales of Power, the 'Tonal' (the organism, significance, the subject, all that is organized and organizing in/ for these elements), and the 'Nagual' (the whole of the Tonal in conditions of experimentation, of flow, of becomings, but without destruction of the Tonal).(...) This correspondence between your terms and the Tonal/ Nagual couple created some problems for me to the extent that the Nagual seems to correspond to the general 'plane of consistency,' to the bodies without organs which you pluralize in this plateau. Could you explain the difference between the various forms of bodies without organs (for example, you designate a particular body without organs for junkies and some other very specific forms of bodies without organs) and the more general Body without Organs?''
(...)G[uattari]: (...) to make oneself a body without organs, starting with drugs, with a love experience, with poetry, with any creation, is essentially to produce a cartography, that has this particular characteristic: that one cannot distinguish it [the cartography] from the existential territory which [the cartography] represents. (...) That means that there is no transposition, that there is no translatability, and therefore no possible taxonomy. The modelization here is a producer of existence. (...) [O]ne must distinguish between what I call a speculative cartography, concepts of trans-modelization, and then the instruments of direct modelization, i.e. a concrete cartography. To push the paradox to its limit, I'd say that the interest of a speculative cartography is that it be as far away as possible, that it have no pretension of accounting for concrete cartographies. This is its difference from a scientific activity. Science is conceived to propose the semiotization which accounts for practical experience. For us, it's just the opposite! The less we'll account for things, the farther we'll be from these concrete cartographies, those of Castaneda or psychotics (which are more or less the same in this case), and the more we can hope to profit from this activity of speculative cartography.'

73 Guattari, F., Cartographies, o.c.
74 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 3.
75 Guattari in: Stivale, o.c.
76 Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 594.
77 Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 594, n. 441.
78 Young, R., 1994, 'Egypt in America: Black Athena, Racism and colonial discourse', in: Rattansi, A., & Westwood, S., 1994, red., Racism, modernity and identity: On the western front, Londen: Polity Press, pp. 150-169, p. 167; Youngs verwijzing is naar Deleuze & Guattari, A thousand plateaux, o.c., pp. 178, 379.
79 Appadurai, A., 1995, 'The production of locality', in: R. Fardon, red., Counterworks: Managing the diversity of knowledge, ASA decennial conference series 'The uses of knowledge: Global and local relations', Londen: Routledge, pp. 204-225, p. 213. Cf. Appadurai, A., 1990, 'Disjuncture and difference in the global cultural economy', in: Featherstone, M., red., Global culture: Nationalism, globalisation and modernity, Londen/ Newbury Park: Sage, pp. 295-310; Appadurai, A., 1997, Modernity at large: Cultural dimensions of globalization, Delhi etc.: Oxford University Press.
80 Deleuze & Guattari, A thousand plateaus, o.c.
81 Cf. van Binsbergen, Virtuality, o.c.
82 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 24f. Cf. Deleuze & Guattari, Qu'est-ce que la philosophie, o.c., p. 111f, waar de wetenschap als kennis van het werkelijke wordt geconstrasteert met de filosofie als kennis van het virtuele.
83 Percept, concept en affect zijn (in kritische reflectie op Kant) de drie sleutelbegrippen van het denken van Deleuze vanaf de jaren 1970, waarmee dat van Guattari hier convergeert; cf. Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 543f, 560f.
84 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 92.
85 Cf. Geschiere, P.L., 1982, Village communities and the state, Londen: Kegan Paul International (also Ph.D. thesis Vrije Universiteit, 1978); Raatgever, H.J., 1988, De verwantschappelijke economie: Essays in de historisch-materialistiche antropologie, Ph.D. thesis, Vrije Universiteit, Amsterdam; van der Klei, J.M., 1989, Trekarbeid en de roep van het heilige bos, Ph.D. thesis, Vrije Universiteit; Simonse, S., 1992, Kings of disaster: Dualism, centralism and the scapegoat king in southeastern Sudan, Leiden etc.: Brill (also Ph.D. thesis Vrije Universiteit, 1990); van Binsbergen, W.M.J., 1981, Religious Change in Zambia: Exploratory studies, Londen/ Boston: Kegan Paul International (also Ph.D. thesis Vrije Universiteit, 1979); van Binsbergen, W.M.J., & Geschiere, P.L., red., Oude produktiewijzen en binnendringend kapitalisme: Antropologische verkenningen in Afrika, Amsterdam: Vrije Universiteit, met bijdragen van genoemden en bovendien van Klaas de Jonge en Johan van der Walle. In een sterk gewijzigde en uitgebreide samenstelling werd het boek enige jaren later in het Engels gepubliceerd: van Binsbergen, W.M.J., & P.L. Geschiere, 1985, red., Old Modes of Production and Capitalist Encroachment, Londen/ Boston: Kegan Paul International.
86 Deze afstandname van mijn eerdere neo-marxistische benaderingen van Afrikaanse religie ontwikkelde ik in: van Binsbergen, W.M.J., 1988, 'The land as body: An essay on the interpretation of ritual among the Manjaks of Guinea-Bissau', in: Frankenberg, R., red., Gramsci, Marxism, and Phenomenology: Essays for the development of critical medical anthropology, special issue of Medical Anthropological Quarterly, new series, 2, 4, december 1988, p. 386-401.
87 Met name: Simon Simonse en Klaas de Jonge; Reini Raatgever had verreweg de grootste beheersing van marxistische theorie.
88 Bijv. het thans zeer invloedrijke werk van Jean Comaroff en John Comaroff, 1991-97, Of revelation and revolution: Christianity, colonialism and consciousness in South Africa, 2 vols., Chicago: University of Chicago Press.
89 Guattari in: Stivale, o.c.
90 Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., pp. 601, 604.
91 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 105.
92 Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., pp. 601, 604.
93 Het volgende is een minimale selectie: Goodenough, W., 1956, 'Componential Analysis and the Study of Meaning', Language, 32: 195-216; Spiro, M., red. , 1965, Context and meaning in cultural anthropology, New York: Free Press; Geertz, C., 1973, The interpretation of cultures, New York: Basic Books; Geertz, C., 1979, 'From the native's point of view: On the nature of anthropological understanding', in: Rabinow, P., & Sullivan, W.N., red., Interpretive social science: A reader, Berkeley: University of California Press, pp. 225-241; Geertz, C., 1983, Local knowledge: Further essays in interpretative anthropology, New York: Basic Books; Dolgin, J.L., Kemnitzer, D.S., & Schneider, D.M., red., 1977, Symbolic anthropology: A reader in the study of symbols and meaning, New York: Columbia University Press; Douglas, M., 1973, red., Rules and meanings, Harmondsworth: Penguin; Douglas, M., 1984, Implicit meanings: Essays in anthropology, Londen: Routlegde & Kegan Paul; reprint of first edition, 1975; Kapferer, B., 1976, red., Transaction and meaning: Directions in the anthropology of exchange and symbolic behavior, Philadelphia: Institute for the Study of Human Issues; Keesing, R.M., 1987, 'Anthropology as interpretive quest', Current Anthropology, 28: 161-176; Lafontaine, J.S., red., 1972, The interpretation of ritual, Londen: Tavistock; Levi-Strauss, C., 1979, Myth and meaning, Londen: Routledge & Kegan Paul; Chock, P., & J. Wyman, red., Discourse and the social life of meaning, Washington: Smithsonian Institution. Voor verkenningen van de wijze waarop het betekenisprobleem zich stelt in het kader van Afrikaanse, vooral stedelijke, samenlevingen blootgesteld aan globalisering, cf. Hannerz, U., 1992, Cultural complexity: Studies in the social organization of meaning, New York: Columbia University Press; van Binsbergen, Virtuality, o.c.; van Binsbergen, W.M.J., 1993, 'Making sense of urban space in Francistown, Botswana', in: P.J.M. Nas, red., Urban symbolism, Leiden: Brill, Studies in Human Societies, volume 8, pp. 184-228.
94 Langer, S.K., 1942, Philosophy in a new key, Cambridge (Mass.): Harvard University Press. Cassirer, E., 1944, An essay on Man, New Haven: Yale University Press; Cassirer, E., 1946, Language and myth, New York, vertaling door S.K. Langer van Sprache und Mythos, Berlin, 1925; Cassirer, E., 1953-7, The philosophy of symbolic forms, 3 vols, New Haven, vertaling door R. Mannheim van Philosophie der symbolischen Formen, Berlin, 1923-9.
95 Leach, E.R., 1976, Culture and Communication: The logic by which symbols are connected: An introduction to the use of structuralist analysis in social anthropology, Cambridge: Cambridge University Press; Ned. vertaling: Cultuur en communicatie: Een inleiding tot de analyse van culturele gebruiken, Baarn: Basisboeken/ Ambo, 1976; Levi-Strauss, Anthropologie structurale, o.c.
96 Guattari in: Stivale, o.c.:

'(...) S[tivale]: I'm still trying to situate the idea of an a-signifying semiotic.
(...) G[uattari]: OK, here it is. What is important in this a-signifying character, in this a-signifying vacillation of chains that elsewhere could be meaningful? It's the following: first, a spectrum of a-signifying, discreet signs in limited number gives a power of representation, i.e. on a spectrum that I master, that I articulate, I can pretend to take acccount of a signified description (tableau signifie), on an initial level. But obviously, this doesn't stop here. This subjectivation that I lose starting from this a-signifying spectrum, gives me an extraordinary surplus-value of power; i.e., it opens fields of the possible that aren't at all in a bi-univocal relationship with the description presented. When Debussy invented a pentatonic scale, he wrote his own music; perhaps he felt it at a level we might call ''his inspiration,'' but he engendered abstract machinic relationships, a new musical logic that has implications, that represents trees of implication or, we really must say, rhizomes of implication, completely unforeseen in all sorts of other levels, including levels that aren't, strictly speaking, musical. It is precisely on the condition that this constitution, that this semiotic arbitrarization occurs, to generalize Saussure's notion of ''arbitrary'' in regard to signifier and signified, that there also will be the creation of these coefficients of the possible. If the representation of coding codes too much on the signified description, the signifier is like a cybernetic ''feedback'' and, in the long run, does not carry an important coefficient of creativity, of transversality. On the other hand, as soon as there is this arbitrarization and this creation of a spectrum that plays on its own register as an abstract machine, then there are possibilities of unheard-of connections, there is a possible crossover from one order to another, and then, moreover, there is a considerable multiplication of what I call these spectrums of the possible.'

97 Cf. Klossowski, P., 1969, Nietzsche et le cercle vicieux, Parijs: Mercure de France; Klossowski, P., 1973 'Circulus Vitiosus', in: Cerisy-la-Salle, 1973, Nietzsche aujourd'hui? 1. Intensites, 2. Passions, Parijs: UGE, 10/18, pp. 91-122.
98 Oorspronkelijke verwijzing naar: Deleuze, & Guattari, L'Anti-Oedipe, o.c.
99 Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 604, cf. 421 voor dezelfde gedachtengang.
100 Thoden van Velzen, H.U.E., 1984, 'Irma at the window: The fourth script of Freud's specimen dream', American Imago, 41, 3: 245-293; Thoden van Velzen, H.U.E., 1995, 'Revenants that cannot be shaken: Collective fantasies in a Maroon society', American Anthropologist, 97, 4: 722-732; Thoden van Velzen, H.U.E., & W. van Wetering, 1988, The great father and the danger: Religious cults, material forces and collective fantasies in the world of te Surinamese Maroons, Dordrecht: Foris, Verhandelingen van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, Carribean Series 9.
101 Devisch, R., 1984, Se recreer femme: Manipulation semantique d'une situation d'infecondite chez les Yaka, Berlin: Reimer; Devisch, R., 1985, 'La complicite entre le socio-culturel et le corps total chez les Yaka du Zaire', in: Jeddi, E., red., Psychose, famille et culture, Parijs: L'Harmattan, pp. 82-114; Devisch, R., 1985, 'Symbol and psycho-somatic symptom in bodily space-time: The case of the Yaka', International Journal of Psychology, 20: 589-616; Devisch, R., 1985b, 'Dertlemek, ''Het delen van mekaars leed'': Een therapeutische zelfhulpgroep onder Turkse vrouwen', Psychanalyse, 3: Tijdschrift van de Belgische School voor Psychoanalyse, zomer 1985: 80-91; Devisch, R., 1989, 'Spiegel en bemiddelaar: De therapeut bij de Yaka van Zaire', in: Vertommen, H., Cluckers, G., & Lietaer, G., red., De relatie in therapie, Leuven: Universitaire Pers Leuven, pp. 331-357; Devisch, R., 1990, 'The therapist and the source of healing among the Yaka of Zaire', Culture, Medicine and Psychiatry, 14, 2: 213-236; Devisch, R., 1993, Weaving the threads of life: The Khita gyn-eco-logiscal healing cult among the Yaka, Chicago/ London: Chicago University Press; Devisch, R., 1995, 'L'engendrement libidinal du sens en milieu yaka du Zaire', Religiologiques, 12: 83-110; Devisch, R., & B. Vervaeck, 1985, 'Doors and thresholds: Jeddi's approach to psychiatric disorders', Social Science and Medicine, 22, 5: 541-551; Devisch, R., & Brodeur, C., 1996, Forces et signes: Regards croises d'un anthropologue et d'un psychanalyste sur les Yaka, Parijs/ Bazel: Editions des Archives Sociales.
102 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 8; cursivering toegevoegd.
103 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 104f; cursivereing toegevoegd.
104 Copans, J., 1974, Critiques et politiques de l'anthropologie, Parijs: Maspero; Copans, J., 1975, red. Anthropologie et imperialisme, Parijs: Maspero; Buijtenhuijs, R., 1972, 'Defeating Mau Mau: Some observations on ''Counter Insurgency Research'' in Kenya during the Emergency', in: Sociologische Gids, 19: 329-339; Buijtenhuijs, R., 1992, 'Anthropologie et imperialisme: o en sommes-nous aujourd'hui?', Politique africaine, 48: 139-141; Said, E., 1978, Orientalism, New York: Pantheon Books; van der Veer, P., 1995, Modern ori'ntalisme: Essays over de westerse beschavingsdrang, Amsterdam: Meulenhoff.
105 Mijn eigen gang van dichterschap via antropologie naar de interculturele filosofie heeft zich sterk in dit spanningsveld voltrokken.
106 Zie ook Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., p. 569, n. 423, die hier Guattari's benadering zet tegenover het neo-pragmatisme van Rorty, waarin de tegenstelling prive-publiek een grote rol speelt; cf. Rorty, R., 1989, Contingency, irony and solidarity, Cambridge: Cambridge University Press.
107 Bourriaud, N., 1995, 'Das Asthetische Paradigma', in: Schmidgen, Aesthetik und Maschinismus, o.c., pp. 39-64 p. 54.
108 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 104f.
109 Voor een nuttig recent overzicht, cf. Preston Blier, S., 1993, 'Truth and seeing: Magic, custom, and fetish in art history', in: Robert H. Bates, V.Y. Mudimbe & Jean O'Barr, red., Africa and the disciplines: The contributions of reseach in Africa to the social sciences and humanities, Chicago: University of Chicago Press, pp. 139-166. Voor onze specifieke problematiek, zie vooral het recente werk van Johannes Fabian en Bogumil Jewsiewicki uit Preston Bliers bibliografie. Relevant is ook: Kaarsholm, P., 1991, ed., Cultural struggle and development in Southern Africa, Londen: Currey
110 van Binsbergen, W.M.J., 1992, Kazanga: Etniciteit in Afrika tussen staat en traditie, inaugural lecture, Amsterdam: Vrije Universiteit; verkorte Franse versie: 'Kazanga: Ethnicite en Afrique entre Etat et tradition', in: Binsbergen, W.M.J. van, & Schilder, K., red., Perspectives on Ethnicity in Africa, themanummer over 'Ethnicity', Afrika Focus, Gent (Belgie), 1993,1: 9-40; Engelse versie met postscript: van Binsbergen, W.M.J., 1994, 'The Kazanga festival: Ethnicity as cultural mediation and transformation in central western Zambia', African Studies, 53, 2, 1994, pp 92-125. Vgl. ook: van Binsbergen, W.M.J., 1977, 'Sensus communis as a desperate struggle for identity: Lessons from the production of nostalgic political and artistic forms in rural Zambia today', paper, Nederland-Vlaamse Vereniging voor Interculturele Filosofie, 19 september 1997, Rotterdam; W. van Binsbergen, Virtuality, o.c.
111 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 128.
112 Deleuze & Guattari, Qu'est-ce que la philosophie?, o.c., p. 105; cf. Oosterling, Door schijn bewogen, o.c., pp. 640f.
113 Guattari, Chaosmosis, o.c., p. 90f.

homepage | to main text of this article